HISTOIRE 325

Toen we aankwamen, bleek het eiland klein en stil. Enkele houten hutten stonden verspreid langs het strand. Ik vroeg rond en na een tijdje wees een oude visser me de weg naar een hut aan de rand van het bos.
— Een jong stel woont daar sinds kort, — zei hij. — Ze praten niet veel, maar ze lijken aardig.
Mijn hart bonsde toen ik dichterbij kwam. De deur van de hut stond halfopen.
Ik klopte zacht. Geen antwoord.
Ik duwde de deur langzaam open en stapte naar binnen.
Het was een eenvoudige kamer. Op de tafel stond een kopje thee, nog warm. Aan de muur hing een foto — een foto van Pamela als kind, genomen in onze tuin, jaren geleden.
Mijn adem stokte. Hoe kwam die foto hier?
Plots hoorde ik achter me voetstappen.
Ik draaide me om.
En daar stond ze.
Pamela.
Ze zag er gezonder uit dan ooit, maar in haar ogen lag angst.
— Mama… — fluisterde ze.
Mijn lippen trilden.
— Hoe… hoe is dit mogelijk?
Ze keek naar de grond.
— Het spijt me, mama. We moesten verdwijnen.
Mijn hoofd tolde.
— Verdwijnen? Waarom? Iedereen dacht dat jullie dood waren!
Frank kwam naar voren, rustig maar ernstig.
— Er was iets dat we niet konden vertellen. Iets gevaarlijks. We moesten onderduiken om te overleven.
Ik wilde boos worden, maar de opluchting overheerste. Ze leefden. Dat was alles wat ertoe deed.
Tranen stroomden over mijn wangen terwijl ik haar omhelsde.
Ze beefde in mijn armen, alsof ze niet durfde te geloven dat ik haar echt vergeef.
We bleven zo staan, moeder en dochter, na vijf lange jaren van stilte.
Er waren nog zoveel vragen, zoveel geheimen die ik niet kende. Maar in dat moment maakte het niets meer uit…….

lees meer op de volgende pagina

Leave a Comment